Te mijden weggebruikers

06-09-2016

Fietsen is levensgevaarlijk. Elk rondje fietsen kan je laatste zijn.

De belangrijkste reden daarvoor is dat de openbare weg wordt bevolkt door gevaarlijke gekken enerzijds en argeloze verkeersdeelnemers anderzijds. Die moet je als racefietser zien te mijden. Al is dat niet eenvoudig.

De waarheid is hard, de werkelijkheid meedogenloos, maar moet niettemin onomwonden worden benoemd. Op het gevaar van discriminatie [1], veralgemenisering en politieke incorrectheid af. Maar teneinde de verkeersveiligheid van racefietsers te verhogen, moet je de nuance soms wat laten varen.

Wie te mijden in het verkeer?

Scholieren. Fietsen niet alleen supersloom, maar bij voorkeur met zijn drieën naast elkaar. Slingerend. En als ze al alleen fietsen, hebben ze oortjes in en horen ze je niet, of rijden ze met één hand aan het stuur en bedienen ze met de andere hand hun smartphone. Op het overige verkeer letten ze niet. Extra gevaarlijk: lichte brugklasmeisjes met zware transportfietsen (met zo’n krat voorop), of scholieren die bij elkaar achterop zitten. Die slingeren hevig. Extreem gevaarlijk: lichte brugklasmeisjes met zware transportfietsen (met zo’n krat voorop) die een klasgenootje of vriend(innet)je achterop hebben. En tegelijkertijd hun smartphone bedienen.

Senioren. Fietsen niet alleen supersloom, maar bij voorkeur in groepjes met zijn tweeën naast elkaar. Het eeuwige dilemma dient zich dan aan: bellen of niet? Als je niet belt en er gewoon links voorbij raast, schrikken ze en beginnen vervolgens te schelden. Niet geheel onterecht, maar als je wel belt, kijken ze eerst om, waardoor ze hun fiets onwillekeurig naar links trekken, jij er niet meer langs kunt en je hard in de remmen moet knijpen. Als ze je al horen, want ze zijn of doof, of in gesprek met elkaar.

SUV-bestuurders. Zonder uitzondering gefrustreerde mannen met enorm kleine piemeltjes. Of vrouwen in bontjassen die de belachelijke breedte van hun auto niet goed kunnen inschatten. Waarom ze vierwielaandrijving hebben is overigens duister. Vooral in de stad vormen ze een plaag.

Inparkerende automobilisten. Zijn alleen maar met zichzelf bezig en letten niet op het overige verkeer. Daar moet je dus met een hele ruime boog omheen. Bijzonder gevaarlijk zijn inparkerende vrouwen. Doen er vaak een paar keer over om fatsoenlijk in te parkeren. Heen en weer zagen zonder om zich heen te kijken. Kunnen ze niks aan doen, heeft te maken met hun rechter hersenhelft. Of hun linker, daar wil ik vanaf zijn. Extreem gevaarlijk: inparkerende allochtone vrouwen. Hoe dat komt? Geen idee.

Vrachtwagenchauffeurs, buschauffeurs, taxichauffeurs, agrariërs. Zijn beroepshalve onderweg. Denken dat de weg van hen is. Daarbij geldt: zij zijn aan het werk, jij niet. Dat steekt. Rijden dus gewoon door en geven geen ruimte. Roepen, schreeuwen of schelden helpt niet. Dat is zelfs spelen met je leven.

Wandelaars. Lopen in het buitengebied gewoon over het fietspad. Bij voorkeur met zijn drieën naast elkaar. Hetzelfde dilemma als bij de senioren doet zich hier voor. Bijzonder gevaarlijk: wandelaars met honden en/of kinderen. Oncontroleerbaar, onvoorspelbaar.

Skaters. Skaters zijn voetgangers, althans volgens de wet. Zij horen op het voetpad. Dat ze dat niet doen, snap ik. Dat ze ons fietsers daarbij vervolgens in de weg rijden, snap ik dan weer niet. Hebben vaak oortjes in, en horen je dus niet aankomen. Gaan vanwege hun soms abominabele technische vaardigheden slechts moeizaam opzij.

Bromfietsers, motorrijders, e-bikers. Zijn meestal te onhandig voor de snelheden die ze kunnen ontwikkelen. Een gevaar voor zichzelf, maar ook voor anderen, zoals ons fietsers.

Combinaties van bovenstaande groepen: inparkerende bejaarde vrouwen in SUV’s, wandelende scholieren, senioren op e-bikes, etcetera. Levensgevaarlijk.

Tenslotte de ergsten: wielrenners in groepen. Middelbare mannen met buiken op hele dure fietsen. Vaak uniform gekleed in clubtenue. Gaan heel hard en zijn heel breed. Monsters Trotteldrom [2]. Gaan nooit opzij. Mag je wel gewoon tegen schelden. Als ze je voorbij komen, zijn ze overigens wél handig…

Het leven van een fietser is niet eenvoudig. Want zijn bovenvermelde groepen volledig te vermijden in het verkeer? Nee, natuurlijk niet. Het zorgvuldig kiezen van de juiste route, het juiste tijdstip en de juiste weersomstandigheden helpt evenwel het risico van confrontatie aanzienlijk te reduceren. Maar het blijft gevaarlijk out there.

Het is telkens weer een raadsel hoe ik heelhuids thuiskom.

 

 —————————-

Noten
[1] definitie: discrimineren is het onderscheid maken op basis van niet-relevante kenmerken.
[2] wie het Monster Trotteldrom niet kent: lees Marten Toonder

 


IMG_8516


Frank van Dam
 (1960) fietst af en toe, en blogt daar dan weer over. Leidt dus een zinloos bestaan. Is liever lui dan moe. Weet alles, kan niks. Kan niet klimmen en kan niet dalen. Hopeloos geval. Lacht wel elke dag. Om alles.


Foto: Volkskrant

beeldmerk