HET TWEEDE WIELERLEVEN VAN ERIK DEKKER

15-05-2017

Hij behoorde met vier ritoverwinningen in de Tour de France en een aantal klassieke zeges tot de beste profrenners van zijn generatie. In 2006 hing Erik Dekker zijn koersfiets aan de wilgen, maar een paar jaar later ging het bij de Drent toch weer kriebelen. Het sportieve doel van vroeger heeft echter plaatsgemaakt voor een heel andere voldoening. ‘Het spelletje is gewoon zó leuk.’

‘Het ging weer lekker,’ vertelt Erik Dekker – inmiddels 46 jaar – enthousiast na een zondagmiddagcriterium in het Brabantse Mill. Hij was een paar weken daarvoor namelijk hard gevallen met de mountainbike en had daarbij een scheurtje in zijn schouderblad opgelopen. De vorm was dus even weg, maar begint er dus nu volgens Dekker zelf weer aan te komen. De ex-renner van Rabobank is tegenwoordig amateurrenner en nog even fanatiek als in zijn beste jaren. Niet dat hij nog voor de aandacht of waardering fietst. Nee, deze tweede wielercarrière is voor de nummer twee van de Olympische Spelen van Barcelona, heel persoonlijk. ‘Ik doe dit echt puur voor mezelf. Het spelletje is gewoon zó leuk.’

Na zijn actieve loopbaan werd Dekker meteen ploegleider bij zijn toenmalige wekgever. Maar twee jaar geleden, besloot de in Hedel woonachtige oud-winnaar van Parijs-Tours, dat het toch niet het vak was dat hij echt ambieerde. Een zwart gat dreigde, maar de nieuwe uitdaging kwam uit een vertrouwde hoek. ‘Ik was geopereerd aan een hernia en was net in Brabant gaan wonen. Daar gaan iedere dag fietsgroepjes de weg op. Ik dacht: ik ga weer eens mee en van het ene kwam het andere. Voor ik het wist, reed ik weer koersjes.’

Inmiddels is Dekker weer een gevreesd renner in de amateur-categorie. Maar de drive om te presteren, is toch anders dan twee decennia geleden. ‘Winnen geeft natuurlijk een voldoening, maar het is niet het belangrijkste. Het wedstrijdelement echt verslavend. Ik fiets nu bijvoorbeeld ook soms met junioren in combikoersen. Die jonge gasten kunnen natuurlijk heel hard rijden, maar vaak ook maar een korte periode. Als je dan de druk er lange tijd opzet en ze blijft aanvallen, kraken ze toch vaak. Ja, dat vind ik dan wel mooi.’

Omdat Dekker een topprof is geweest, zijn de reacties op zijn terugkeer in het peloton wat wisselend. Maar daarover haalt hij zijn schouders op. ‘Ach, het gebeurt meestal achter je rug, maar de meeste mensen vinden het juist tof dat ik het doe. Ik wil ook geen gevangene van mijn eigen erelijst zijn. Ik fiets voor mijn plezier en voor niemand anders. Daarbij geniet ik evenveel van een ritje door de polder met vrienden, als een koers op het scherpst van de snede. Het is sowieso goed om te sporten, of je nu een rugnummer op hebt of niet.’


Tekst: John den Braber

beeldmerk